Jaap Goedegebuure in Trouw "Reve's Rampjaren"
"Van Hamlet heet het dat hij krankzinnig is, maar dat er systeem in zijn gekte zit. Gerard Reve (1923-2006) placht het regelmatig op zichzelf te betrekken. Spreken en handelen in strijd met het gezonde verstand waren niet de enige eigenschappen die hij met Shakespearex92s tragisch personage gemeen had. De twee deelden ook een stevige moederbinding, een onbedwingbare neiging om de dingen op scherp te zetten en een hang naar theatraal vertoon. Al die trekken kwamen geprononceerd tot uiting in Revex92s leven en zijn werk. Geen wonder dat ze leidmotieven zijn in de biografie die Nop Maas aan hem heeft gewijd….
Nop Maas maakt er geen geheim van dat deze, welbeschouwd doodongelukkige man van tijd tot tijd leed aan een gevaarlijk soort gekte en zich alleen dankzij Gods genade niet bezondigde aan moord en doodslag. Gerard Reve was beslist een bezetene; wie daarvan op grond van zijn werk al een vermoeden van had, krijgt hier een definitieve bevestiging. Maar die bezetenheid was tegelijkertijd de bron waaruit zijn mystiek en profetisch bevlogen schrijverschap zich voedde…. "
Lees verder:
Trouw
Aleid Truijens in de Volkskrant
"Drie woorden voor hetzelfde"
"….De kracht van dit tweede deel zit in iets anders. Maas vertelt het verhaal van een schrijver die terwijl hij een idool wordt, diep ongelukkig is. Zelfs van zijn aansluiting bij de Moederkerk heeft hij weinig plezier. Reves persoonlijke leven is in deze jaren een aaneenschakeling van ruzies met vrienden, geliefden en familie. Met zijn vader had hij regelmatig felle conflicten, zelfs toen deze dementeerde. Van het Reve sr. had de slechte smaak om tussen 1973 en 1975 zeven keer nxedet dood te gaan. Dat x91sterfbedtheaterx92 maakte Reve razend. In een brief aan psychiater R. Agema bekent hij dat hij zijn vader peppillen gaf, als x91duwtjex92. Het werkte niet. Reve dacht: x91als je nog xe9xe9n volgende keer niet doodgaat, dan sla ik je hersens inx92. Zijn vader stierf kort daarna. x91Toen tijdens de crematie een aria van Hxe4ndel gezongen werd,x92 schrijft Maas, x91hield Reve het niet droogx92.
Na 1966 zit hij in een literaire impasse. Hij is depressief en drinkt te veel. Hij verhuist en verbouwt voortdurend, maar nergens kan hij rustig schrijven. Op zijn Geheime Landgoed in de Franse Drxf4me lukt dat wel, maar daar willen zijn vriendjes niet lang zitten; bovendien is zijn inmiddels gehate uitgever Geert van Oorschot zijn buurman. Het is allemaal de prijs, zegt zijn psychiater Trimbos hem, die hij moet betalen voor zijn genialiteit.
Rampjaren, inderdaad. We lezen een schrijnend portret van een radeloze man die tussen alle gekrakeel door een Groot Schrijver werd……"
.
Volkskrant
Wilfred Takken in de NRC "Heimwee naar God".
"Ondanks die plotse en grote erkenning, heet dit deel De Rampjaren. Omdat de jaren zestig ook de jaren van grote geestelijke nood waren. Reve worstelt met drank, angsten, depressies, deliriums, woedeaanvallen. Voor zijn vrienden is hij vaak onhandelbaar. Reve komt in dit boek naar voren als een onverdraaglijke monomaan die zijn betogen niet graag onderbroken ziet, en zeker geen tegenwerpingen duldt. Hij kent zichzelf slecht, is nauwelijks in anderen gexefnteresseerd. Steeds weer zoekt hij ruzie, waarbij hij het geweld niet schuwt. Tegelijk is hij een zorgzame man, die graag mensen helpt, die van gezellige avondjes houdt, en een gevoelige man, soms bijna een groot kind dat veel zorg en aandacht behoeft.
Nop Maas vertelt geen verhaal, hij heeft geen leidend idee. Dit is veel meer een kroniek dan een biografie. Hij gaat van dag tot dag door Revex92s leven, met eindeloos veel feitjes, waardoor het boek een versnipperde indruk maakt. Het overzicht ontbreekt…..
Maar net als de eindeloze stroom feitjes teveel wordt, komt Nop Maas weer met een nieuwe gouden vondst die je met zijn boek en zijn werkwijze verzoent. Zoals de brief van Reve aan Hans Meijer van 22 februari 1969:
x91Ik heb vaak dagdromen over mijn eigen sterfbed, misschien zomers, buiten, op een ligbed, half opgericht. Oud zonlicht over alles, tot aan de horizon, Tijger bij me, vrienden om het bed, de speelgoeddieren zittend of liggend op de deken; en vrede, verzoening, troost over alles: Gods genade. Maar zo zal het wel niet zijn. God Zelf heeft, aan de vooravond, diep en bitter getwijfeld, en hoe zou het dan een mens beter vergaan.x92
NRC